Laatst geüpdated: 1 augustus, 2026
Een reflectie na het lezen van een academische artikel over suïcidaliteit
Oscar Westra van Holthe (oprichter Hulp bij Suïcidale Gedachten, systeemtherapeut i.o. NVRG)
Zelfbeschadiging is voorloper van suïcidepoging
Binnen academische kringen is er discussie over of handelingen met als doel jezelf te beschadigen (‘deliberate self-harm’) een voorloper of aparte voorspeller is van een suïcidale poging. Zo kan het als een continuum getekend worden: met links de ‘handelingen met als doel zelfbeschadiging’ en rechts het ‘daadwerkelijk pogen of plegen van suïcide’. In de trant van ‘oefening baart kunst’ blijkt dat wie gewend is om op meerdere manieren en op meerdere momenten zichzelf geweld aan te doen, een hoger risico loopt op het doen van een suïcidepoging met een fatale uitkomst.
Wat wordt onder zelfbeschadiging verstaan?
In het artikel van Duarte en anderen (2020) wordt de ICAL aangehaald, een test die ontwikkeld is voor het in kaart brengen van gedrag met als uitsluitend doel de zelfbeschadiging. De ICAL is een afkorting voor ‘inventory of deliberate self-harm behaviors’. Het beschrijft vormen van zelfbeschadiging: “snijden, bijten, brandwonden veroorzaken, haar uittrekken, krabben tot de huid beschadigd is, drugs gebruiken met een zelfbeschadigende intentie, zichzelf prikken met naalden, gevaarlijke stoffen innemen met een zelfbeschadigende intentie, alcohol drinken met een zelfbeschadigende intentie, slaan/stoten, medicijnen innemen met een zelfbeschadigende intentie, medicijnen innemen met een zelfmoordpoging en het plegen van zelfmoord” (p. 2). Dat is dus wat anders dan het zetten van een tattoo of een piercing. Want meestal doen we dat met de intentie om onszelf uit te drukken. De beschadiging zien we als kunst. Dat is wel wat anders dan zelfbeschadiging bewust op te zoeken, laat staan er een suïcidepoging van te maken.
Vormen van zelfbeschadiging: suïcidaal en non-suïcidaal
In onderzoek naar suïcidaliteit bij tieners wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen niet-suïcidale (Non-Suicidal Self-Harmers) en ‘suïcidale handelingen met als doel zelfbeschadiging’ (Suicidal Self-Harmers). Dit is naast de groep die hier allemaal geen last van heeft. Over het algemeen ligt het niveau van suïcidaliteit in klinische behandelgroepen vaak vele malen hoger dan in de algemene populatie. Zo kwamen Duarte en anderen (2020) in hun onderzoek er in hun metingen op uit dat 53% van de groep die in een klinische behandelgroep zitten ooit één of meerdere suïcidepogingen hebben gedaan, terwijl dit in een algemene populatie van studenten 18,3% was. Dit laatste cijfer is nog steeds een schrikbarend hoog percentage. Hun conclusie? Dat alle mensen die ooit één of meerdere pogingen hebben gedaan, op één persoon na, een track record hadden van verschillende vormen van zelfbeschadigende handelingen. Met andere woorden: zelfbeschadiging gaat bijna altijd vooraf aan een suïcidepoging. Hulp juist in die fase is dan ook aanbevolen. Want zodra we die zelfbeschadigende handelingen samen kunnen onderzoeken, is er een manier om het ergste te voorkomen. Dan hoeven we geen ‘toevlucht’ meer te nemen tot ‘de dood’.
Hoe kunnen we suïcidale zelfbeschadiging verklaren?
Interpersoonlijke en intrapersoonlijke verklaringsmechanismes
Wat betreft de beschrijving en betekenisgeving van suïcidale zelfbeschadiging, blijkt uit onderzoek van Duarte en anderen (2019) dat ouders en familieleden dit anders beschrijven dan de jongeren zelf die aan suïcidale zelfbeschadiging doen. De ouders en familieleden leggen de oorzaak vooral bij moeilijkheden in de interpersoonlijke relaties. Ouder-kind relaties lopen slecht, dus daar moet het dan toch aan liggen? Terwijl jongeren zelf in hun beschrijvingen veel meer hun innerlijke wereld benadrukken. Zij stellen dat het hen helpt in het –hoe destructief ook, zeker op lange termijn– reguleren of ervaren van hun emoties. Op de korte termijn brengen zelfbeschadigende handelingen tijdelijk rust en kalmte. Maar achteraf en op de lange termijn spelen schuldgevoelens, angst, walging en boosheid op, hetgeen weer een nieuwe reeks aan zelfbeschadigend handelen kan triggeren. Van de drup belanden we in de regen. Want het middel is ook tegelijkertijd de aanjager voor nog een rondje zelfbeschadigend gedrag. Het lijden wordt verdiept, tot wanhoop van de persoon zelf. Maar ook voor de omgeving is het alsof die lijdzaam moet toekijken hoe het misgaat. Want hun externe controle of begrenzing kan weer een sterkere tegenreactie uitlokken.
Het ongevoelig worden voor de ‘abnormaliteit’ van suïcidale zelfbeschadiging
In het onderzoek van Duarte en anderen (2020) stond de bevinding centraal dat 87,2% van de jongeren die zelfbeschadigend gedrag vertoonden, ook een verhoogd risico op een suïcidepoging hadden. Dit in tegenstelling tot niet-zelfbeschadigende jongeren, waarbij die kans ‘slechts’ 12,8% was. Een mogelijke andere verklaring die de auteurs geven is dat jongeren door het overschrijden van de natuurlijke pijn-vermijding, op een bepaalde manier de misselijkheid henzelf iets aan te doen leren te weerstaan. We raken dan ‘gedesensiteerd’ voor de ‘abnormaliteit’ en de ‘afwijkendheid’ van onze eigen gedragingen (zie bijvoorbeeld Hamza en anderen, 2012 en Joiner, 2005 zoals geciteerd in Duarte en anderen (2020), p. 5). Het is een beetje als ‘oefening baart kunst’. Mogelijk raken we aan het project ‘dood willen’ verslaafd. In plaats van de onderliggende gevoelens op een constructieve manier te benaderen, raken we gewend om te blijven handelen en ondanks emotionele weerstand toch het handelen door te zetten. En dat terwijl er ongelofelijk veel andere wegen naar de vaak gezochte rust, geruststelling, kalmte en ontspanning zijn! Maar door de tunnelvisie hebben we daar dan geen contact meer mee of raken we die opties uit het oog. Of we hebben nooit ervaren dat we –oprecht– geliefd kunnen worden voor wie we werkelijk zijn, dus waarom zou dat dan in de toekomst nu wel in het verschiet liggen? Begrijpelijk wantrouwen, maar niet terecht. Want de wonderen zijn de wereld niet uit. En ‘geen’-garanties uit het verleden zeggen niets over de toekomst. Waar je wellicht nooit werd gezien door je ouders, kan dat mogelijk wel door een geliefde of door een hulpverlener of een klasgenoot? Onvoorstelbaar, maar het laaghangend fruit is er vaak wel. Maar omdat de suïcidale jongere zichzelf ‘traint’ in het doorbreken van de natuurlijke weerstand op het zichzelf iets aandoen, kan die weg van zelfbeschadigend gedrag helaas eerder tot fatale gevolgen lijden.
Bevindingen uit de praktijk
Parallelprocessen: ‘zo buiten, zo binnen’ en ‘zo binnen, zo buiten’
Alhoewel verschillende verklaringsmechanismes (die van de interpersoonlijke en de innerlijke emotie-regulatie) hulpverleners kunnen helpen om een ingang bij de zichzelf beschadigende patiënt of cliënt te vinden, zie ik in de praktijk van Hulp bij Suïcidale Gedachten vaak terug dat beiden sterk op elkaar van invloed zijn. Wanneer jongeren zich niet gehoord en gezien voelen door ouders of hulpverleners, dan loopt de stress op en nemen ze eerder de toevlucht tot wat ze kennen (of waarvan ze ‘weten’ dat het tijdelijk rust en kalmte geeft), zoals zelfdestructieve en zelfbeschadigende vormen van emotieregulatie. Liggen de ouders in een vechtscheiding? Mogelijk vindt die strijd ook als een parallelproces in het kind plaats. De daders om ons heen, met ons als slachtoffer, verinnerlijken wij dan. Vanuit die oude pijnen veroordelen we dan –begrijpelijk maar onterecht– ook gezonde ouder-kind relaties. Wij worden als kind dader naar onze ouders. Maar ook ouders kunnen vanwege hun wantrouwen, het kind niet meer hun eigen ruimte geven. Beide kanten geven elkaar niet meer het voordeel van de twijfel. Al onze interacties komen onbedoeld in een negatief daglicht te staan (zie documentaire Een hard gelag: de dader in jezelf).
Begrenzing: suïcidaal of niet, oorzaak bekend of niet, de zelfbeschadiging moet stoppen
Los van de oorsprong is het zaak dat de zelfbeschadiging stopt. Natuurlijk ben je zelf verantwoordelijk voor jouw handelen. Maar het jezelf kapot maken moet wel echt begrensd worden. Niet vanuit kracht of controle, maar vanuit bescherming en behoud van wat ertoe doet. Voor de zichzelf beschadigende mens die suïcidaal is, vraagt dit nogal wat. Want hoe vertrouw je erop dat je niet wéér gekwetst wordt? Hoe laat je de soms imperfecte zorgzaamheid van hen om je heen toe? Of beter gezegd: Hoe zorg je ervoor dat die je meer past? Hoe kan je erop vertrouwen dat wat jij nodig hebt er ook voor jou is? Natuurlijk, het lijkt ongeloofwaardig wanneer je een leven lang afwijzing hebt ervaren, dat het er nu opeens wel is. En het vraagt ook echt wel iets van ouders om zich anders, weer met vertrouwen, naar jou op te stellen. Maar ik verzeker je: er zijn ook andere –veel vervullendere en leukere– manieren dan zelfbeschadigend gedrag te ‘ondernemen’. Als behandelaar is het dan ook zaak om iemand stevig aan de hand te nemen en te verleiden om de gevoelsmatige en gedragsmatige afslagen te gaan herkennen. Wat maakt dat je jezelf weer wat aandoet? Zodra je namelijk zelf gaat herkennen wat maakt dat je escaleert of ontregelt, kun je ook weer de weg leren terugnemen. Zo weet je wanneer het tijd is om afleiding te zoeken, te ontspannen of iemand op te zoeken. Voordat je het weet, voel je je dan weer verbonden met jouw ouders of familie. En als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld door dood of onwil of onkunde van hun kant, dat je weet dat dit te vinden is in ‘alternatieve familie’ –bij een partner, leeftijdsgenoten en lotgenoten. De vraag hier wordt dan: Wat heb jij eigenlijk ten diepste nodig? Hoe zou de ideale bescherming of hulp tegen de dwang eruit zien? Daar zijn vanuit de pessotherapie erg mooi, nieuwe, verrijkende ervaringen in op te doen. Zodat je een nieuw ervaringskader krijgt, waarmee een nieuw handelingskader zich kan ontvouwen. In plaats van onszelf te beschadigen, door het gezien te zijn en dat doorvoelt te hebben, ontstaat er ruimte voor een nieuw verhaal. Een verhaal waarbij zelfdestructieve en zelfbeschadigende handelingen vanuit liefde en begrip gestopt en begrensd worden. Een verhaal waarbij de rust in jezelf weer kan terugkeren.
Aanpak van suïcidaliteit
Interventie 1: Onderliggende gevoelens bij zelfbeschadigende suïcidaliteit leren kennen
Zelfbeschadiging heeft vaak te maken met depressie. Ook zijn we vaak overspoeld door emoties. Die kunnen in onszelf spelen, maar ook in de omgeving waarin we opgroeien, zoals bij geweld in het gezin. Met een vloerankeropstelling kun je razendsnel jouw innerlijke gedachte, gevoels- en gedragspatronen in kaart brengen. Hierdoor kan er ‘gelaagdheid’ in begrip ontstaan. Zo verandert de chaos in overzicht. Vanuit die ‘organisatie’ kun je ook gaan kijken wat nu van waar vandaan komt. Is dit meer van buiten? Of komt het vanuit kindconclusies die jij –vaak compleet onterecht– over jezelf hebt getrokken? Door tegelijkertijd middels deze werkvorm ook te leren hoe ruimte te maken voor diepere gevoelens, te zien dat er een volgordelijkheid en meerdere dieptes inzetten, wordt jouw binnenwereld weer te managen. Zo hoeven we niet langer direct de glijbaan af te roetsjen van het zelfbeschadigende gedrag. Want zodra we opmerken bij welk gevoel of handeling we exact escaleren, kunnen we de trein weer terug leren nemen. Daarvoor moeten we de ‘doos van pandora’ dus openen. Stap voor stap en met hulp van de stabiliserende rol van een ander emotioneel aanwezig mens, zoals een partner of professional, keer je (weer) bij jouw echte zelf terug. Door te zien hoe jouw emoties en handelingen ‘een eigen logica’ hebben, stabiliseer je. Want je bent er niet langer aan overgeleverd. Door het te snappen en doorzien, pak je de controle terug.
Interventie 2: Ervaren van begrenzing vanuit bescherming (en de verlangens erachter)
Mijn ervaring is dat er ook vaak wel aardig wat dwang in zelfbeschadiging kan zitten. Met andere woorden: we hebben een beschermer nodig. Deze beschermt ons tegen de dwang waar we van binnen aan overgeleverd zijn. Binnen de pessotherapie heb je een mooie oefening waarin je iemand kan vragen als beschermer. Dit kan tegen gewelddadige ouders, leraren, broers of zussen zijn. Maar het kan ook ter bescherming van jezelf zijn, tegen de dwang van de stem die vindt dat jij er een einde aan moet maken. Anders dan in een familieopstelling, waarin representanten zelf het initiatief mogen nemen, bepaal jij als hoofdfiguur hoe jij dit precies wenst. Met behulp van bijvoorbeeld ideale ouders, die in niets op je echte ouders lijken, kunnen we met elkaar ervaringen opdoen die je als kind zo nodig had gehad, maar helaas nooit gekregen hebt. Zo haal je nieuwe ervaringen naar binnen die je mist of vroeger gemist hebt. Zo kun je bijvoorbeeld beleven wat het betekent om begrenzing, ondersteuning, verbinding en plezier met anderen te ervaren. Met name wanneer onze familie dusdanig disfunctioneel is dat we dit daar nooit van (hebben) kunnen verwachten, dan vervult deze symbolische therapieruimte binnen de pessotherapie dat gevoelsgat. Het vult de leegte en het gemis waar we misschien ergens ook juist wel van weg willen. Het maakt iets moois ervaarbaar, als een tegenhanger van gevoelens van zwaarte, eenzaamheid en wanhoop. Hoe cliché het ook klinkt, maar er ontstaat letterlijk hoop op een beter leven naast vertrouwen in onszelf.
Interventie 3: Vragen die helpen om suïcidale zelfbeschadiging uit te vragen en te verkennen
Ter inspiratie deel ik een aantal vragen die je jezelf of een bekende zou kunnen stellen. Natuurlijk moet je altijd kijken bij wat er past en wat iemand aankan. Stel de vragen bij voorkeur op een rustig moment.
| Hoe zit mijn zelfbeschadigend gedrag eruit? Hoe vaak? Wanneer? En wat precies? |
| Hoe ziet de aanloop naar zelfbeschadigend gedrag en/of een suïcidepoging eruit? |
| Wat levert het zelfbeschadigend gedrag mij –op de korte en lange termijn– op? |
| Begin ik met zelfbeschadigend suïcidaal gedrag om mijn emoties te reguleren? |
| Welke gevoelens ga ik uit de weg met mijn zelfbeschadigend suïcidaal gedrag? |
| Wil ik ook dood op het moment dat ik zelfbeschadigende handelingen doe? * |
| Doe ik één bepaald type zelfbeschadigend gedrag –of doe ik meerdere? * |
| Doe ik aan zelfbeschadigend gedrag met de intentie om een suïcidepoging te doen? * |
| Betrek ik andere mensen in mijn zelfbeschadiging en/of suïcidepoging? * |
| Zie jij een link tussen wat jij jezelf aan doet en wat je ooit is aangedaan? |
| Verergeren of verbeteren de familie/school/klasgenotendynamiek mijn zelfbeschadiging? * |
| Wat is het effect van mijn zelfbeschadigend suïcidaal gedrag op mijn familie/omgeving? * |
| Zijn er momenten of periodes waarop ik GEEN last van de neiging tot zelfbeschadiging heb? |
| Zijn er momenten of periodes waarin ik NIET aan de dood denk terwijl ik mezelf beschadig? |
| Waar verlang jij eigenlijk naar voorbij het zelfbeschadigend gedrag/de suïcidepoging? Denk aan: rust, overzicht, liefde, verbinding, contact, steun. Vraag: Waar ben jij op een diepere laag naar op zoek? |
| Hoe zou hulp/steun/liefde/verbinding in het ideale geval er voor jou uitzien? Denk bijvoorbeeld aan een beschermende ouder tegen gewelddadige mensen of een begrenzer tegen de dwanghandelingen. |
| Stel dat je in de toekomst van jouw zelfbeschadiging of doodswens af zou zijn (dit kan immers soms ook spontaan gebeuren), hoe denk je dan dat die ervaring van jou anderen zou kunnen inspireren? |
* Bel 113 of 112 of je huisarts of andere professionele hulp in wanneer je bij deze vragen hoog scoort. Is het wel te doen? Beschrijf jouw gevoelens, gedachten, fysieke sensaties en impulsen dan eens. Die kun je bijvoorbeeld dan meenemen naar jouw behandelaar of inbrengen in sessies bij een systeemtherapeut die gespecialiseerd is in persisterende suïcidaliteit in combinatie met hoogbegaafdheid, iets wat ik ben.
Conclusie
Het patroon van zelfbeschadiging als ingang om onderliggende gevoelens en behoeftes onder de suïcidale neigingen in kaart te brengen. Hiermee kan iemand tegen zichzelf en anderen beschermd worden. Vanuit een nieuwe ervaring kan een hoopvol verhaal geboren worden.
Kortom, handelingen met als doel zelfbeschadiging (Deliberate Self-Harm) zijn vaak een voorloper van suïcidepogingen en moeten daarom serieus worden genomen. Daar ingrijpen voorkomt het wegvallen van een jongere met nog een heel leven voor zich, nog los van het leed dat de familie en sociale kring nog jarenlang met zich meedraagt. Wat kan je als behandelaar doen? We hebben in de stabilisatiefase de onderliggende gevoelens onderliggend aan zelfbeschadiging en suïcidaliteit in kaart te brengen. Zo kan escalatie sneller herkend en op termijn ook voorkomen worden. We zitten daarmee eerder bij de bron van het probleem. Zit dat dat meer in het innerlijk of het interpersoonlijke patroon? Op het moment dat we dit weten, dan kunnen we ook, als partner, ‘ouder van’ of behandelaar een helende, corrigerende en alternatieve ervaring aanbieden die tot dan toe nog onbekend dus onbemind is. Zo kunnen we onze jongere met diens instemming in bescherming nemen tegen de door hen vijandig ervaren wereld en tegen de dwanghandelingen, zodat wanhoop en uitzichtloosheid niet meer de enige wegen de toekomst in zijn.
Zoek je hulp?
Bij nood: bel 113 (suïcidepreventie) of 112. Of neem contact op met jouw huisarts.
Heb je last van suïcidale gedachten (en budget om hulp zelf te bekostigen)?
Meld jezelf aan bij Hulp bij Suïcidale Gedachten. Of verwijs een dierbare en/of patiënt door. Ook kan je mij inplannen voor een consult of een intake. Daarmee kan je in aanmerking komen voor het inkopen van één van onze zorgpakketten: wachtlijstoverbrugging, voorkomen van crisis of terugval, begeleiding na een incident of zelfmoordpoging of aanvullende begeleiding bij start of tijdens een (s)GGZ behandeling.
Wil je graag leren hoe je met dader en slachtofferdynamieken werkt als professional?
Doe mee aan de jaartraining Leergang Systemisch Coach Zuidas. Elke 2 jaar start een groep. Of kom meepraten met academici, therapeuten, politici en journalisten op de European Peace Conference on Perpetrator-Victim Dynamics. Daarin zoeken we taal om dader- en slachtofferschap écht te doorgronden.