Laatst geüpdated: 3 augustus, 2026
Een reflectie na het kijken van een televisie-uitzending of documentaire over suïcidaliteit
Oscar Westra van Holthe (oprichter Hulp bij Suïcidale Gedachten, systeemtherapeut i.o. NVRG)
PTSS-gevoelige beroepen vergroten suïcidale ideatie
Binnen defensie en de politie wordt PTSS als een beroepsziekte erkend. Dit betekent dat je als werkgever verplicht bent om te investeren in preventie, ondersteuning en nazorg. In de 2024 ZEMBLA uitlevering over de brandweer wordt een onthutsend beeld geschetst: binnen de brandweer, grotendeels een vrijwilligersorganisatie, worden statistieken niet bijgehouden. Ook is de hulp die centraal geregeld was voor dit hoogrisicoberoep, weer verdwenen. Het gevolg? Uitval en een verhoogde kans op suïcidale gedachten bij PTSS.
Wat maakt de brandweer een hoogrisicoberoep?
Wie denkt aan de brandweer, denkt aan vuur. Maar “brandweerwerk is meer dan blussen alleen”. Omdat de aanrijtijd van de brandweer korter is dan die van de ambulance, pakt de brandweer vaak taken op van de ambulance, zoals het doen van reanimaties. Daarnaast is de brandweer ook betrokken bij ingrijpende gebeurtenissen waarbij mensen zwaar bekneld in de auto zitten, verdronken zijn of bij zelfdodingen.
Vooral de reanimaties blijken er in te hakken
“De meeste reanimaties, misschien wel 80% doen wij,” zegt een brandweerman. De voice-over vervolgt: “De fysiek sterke brandweermannen zijn bij uitstek geschikt voor dit lichamelijk zware werk en nemen daarom de reanimaties soms zelf over van het ambulancepersoneel.” Even later in de uitzending zegt een opgebrande brandweerman: “Je weet dat je niet iedereen kan redden. En in principe ga je er ook naartoe met de gedachte dat iemand het niet gaat overleven. Je gaat ervan uit dat 80% het niet haalt, maar bij kinderen of jonge vrouwen hoop je toch op wat anders.” Het blijkt dat juist de baby-reanimaties er flink in kunnen hakken. “Met een baby-reanimatie ben ik wel een half jaar in mijn hoofd bezig. Dus als jij al een half jaar druk bent om iets te verwerken en daar elke dag weer iets bovenop gaat krijgen, dan zit het op een gegeven moment gewoon vol.” Een andere brandweerman stelt: “Ik heb in 2013 een jongetje gereanimeerd die heel erg op mijn zoon leek. Dat is op een gegeven moment zover gegaan dat ik ’s nachts mijn bed uit ging om te kijken of mijn zoon nog ademde.” Een andere brandweerman stelt over deze transgressie van werk naar de thuissituatie: “PTSS heb je niet alleen, dat heb je met het gezin. Dat doet mij de meeste pijn.”
Bij de werkgever en collega’s geen luisterend oor kunnen vinden
“Wat jij aan dood hebt gezien, dat kan jouw brein niet aan”, zegt een brandweerman. Hij vervolgt: “Ik ben ziek geworden door mijn werk, door datgene waar ik voor ben aangenomen.” Een brandweervrouw stelt: “PTSS is een sluipmoordenaar. Hoe kom je ervan af en het lukt je niet?” De interviewer vraagt erop door: “Was je erop voorbereid, op alle gruwelijkheden? Hoe ging jij om met al die verschrikkelijke dingen?” Zij zegt: “Ik heb dat gewoon allemaal in de spreekwoordelijke kast gezet. En er kon nog meer bij, totdat het teveel is.” De interviewer, gepuzzeld, vraagt dan door: “Waarom heb je niet gezegd ‘jongens, ik heb het er moeilijk mee’?” De brandweervrouw stelt: “Binnen de brand wordt dat niet geaccepteerd, door niemand niet. Er wordt niet over gesproken. Op het moment dat je je zwaktes laat zien, dan ben je er geweest. Dan word je de pispaal. Dan heb je geen leven meer bij de brandweer.” Zonder uitzondering voelt het ziek geworden personeel van de brandweer zich dan ook in de kou gezet door hun geliefde werkgever.
Het gevolg van emotionele verwaarlozing? Langdurige uitval en stank voor dank
De voorzitter van de beroepsvereniging stelt in de documentaire: “Wij zijn een hulporganisatie die komt als het te laat is. En zo gaan wij ook te werk met PTSS.” Een andere leidinggevende vult aan: “PTSS is een onderwater-onderwerp. Je ziet het niet. Als je er niet naar vraagt, dan weet het niet. Als je er geen onderzoek naar doet, dan merk je het niet. Terwijl mensen er wel veel last van hebben.” Omdat de PTSS bij de brandweer niet wordt erkend als een beroepsziekte, kan je ook nog eens extra financiële stress krijgen omdat je salaris op termijn gekort wordt. Een brandweerman stelt onomwonden: “Ik zie dat als straf. Je krijgt straf omdat je ziek bent, omdat je iets opgelopen heb op je werk. Dat is gek.” Binnen de brandweer Amsterdam-Amstelland leidt het gebrek aan emotionele aandacht tot langdurige uitval van maar liefst 7%.
Suïcidale gedachten vinden een vruchtbare bodem
Opvallend aan de documentaire is dat veel uitgevallen brandweerpersoneel toegeeft dat zij op termijn suïcidale gedachten krijgen. Aan de ene kant benoemen zij het opgebrand en uitgeput zijn: de gestapelde traumatische ervaringen die hen teveel worden. En aan de andere kant het gebrek aan erkenning vanuit de werkgever en het daaruit voortvloeiend gebrek aan steun en zorg. Het is die samenloop die hen opbreekt. De toenemende draaglast en afnemende draagkracht zorgen voor mentale klachten.
Brandweerbrigadelid 1: “Voor de donkere chaotische gedachten in mijn hoofd zocht ik een uitweg”
De interviewer vraagt aan één van de brandweermannen die suïcidale gedachten had: “Wat heeft je zover gedreven?” De brandweerman antwoordt: “De chaos in mijn hoofd. Je kan het op een gegeven moment geen plek meer geven, vooral die kindreanimaties. En als je geen rust hebt, dan ben je gewoon uitgeput. En dan ga je naar een uitweg zoeken.” Onderliggend kan er PTSS liggen. Na een traumatische gebeurtenis ontstaat dit. “Het gevaar is allang geweken, maar je hebt het idee dat er nog steeds gevaar is. Je krijgt bijvoorbeeld herbelevingen van het trauma, wordt er de hele tijd aan herinnerd, je kunt je niet goed concentreren, bent snel geïrriteerd, slaapt slecht, bent schrikachtig en hyperalert”, zegt een trauma expert. Met andere woorden: we blijven aanstaan, de gedachten blijven maar malen. De vraag van de persoon wordt dan: Hoe kan ik het rumineren stoppen? Wanneer dat maar niet lukt en je je daarin ook nog eens alleen mee voelt zitten, dan kunnen gevoelens van wanhoop onbedoeld de overhand gaan krijgen. “Ik denk dat als er toen een betere opvang was geweest, dat ik misschien niet zover dat gat in was gedoken.” Met andere woorden: de brandweerman wil ontsnappen aan de donkere gedachten die hem domineren.
Brandweerbrigadelid 2: “Ik wilde anderen niet meer tot last zijn –en zeker niet met mijn klachten”
Eén van de brandweervrouwen vertelt hoe zij last heeft van nachtmerries en constant het gevoel heeft dat ze aanstaat. Ook heeft ze last van depressie en angstklachten. Op een gegeven moment raakt ze zelf betrokken bij een motorongeluk. In het door de lucht vliegen, dacht ze “dat was het dan”. Maar ze lag op de grond en realiseerde zich: “Kut, ik ben er nog. Ik wilde niet meer.” Ze vertelde dat ze de ramen en deuren dichtdoet wanneer de buren barbequen. “Die geur van verbrand vlees, die kan ik niet meer aan.” Ze zegt: “Omdat ik maar niet van mijn klachten af kom, was mijn oplossing eruit te stappen. Want dan heb je er geen last meer van. En je bent de ander niet meer tot last.” Ze wilde niet meer teveel zijn. Ze cijferde zich weg. Ze wilde niet meer ‘dit leven’. Van haar herbelevingen wil ze –begrijpelijkerwijs– af. De vraag is alleen of de ‘zelfgekozen’ dood daarvoor dé oplossing is. Wellicht zijn er andere –therapeutische– wegen die helen? Wellicht zijn er wel manieren om “de sluipmoordenaar”, zoals zij haar PTSS beschrijft, te kunnen leren begrenzen? Of die op een compassievolle manier onschadelijk en meewerkend voorman te maken?
Bevindingen uit de praktijk
Emotionele verwaarlozing: wat niet weet, deert niet wel
De documentaire deed mij denken aan een patroon dat ik in veel organisaties tegenkom. Het idee is dat ‘Wat niet weet, dat niet deert’. Maar, zoals ook uit deze documentaire blijkt: ‘Wat niet weet, deert WEL’. Met andere woorden, juist de ontkenning van onze emoties vergroten juist het onbesproken leed. Het is extra pijnlijk wanneer bij veel veiligheids- en zorgberoepen de erkenning van PTSS –en dus de maatregelen er wel zijn– maar bij jouw organisatie (nog) niet. Want wat blijkt? Er is geen centraal meld- of steunpunt waarbij je terecht kunt als brandweerbrigadier. En dat staat nog los van de verhalen over de vreselijke ervaringen die het dagdagelijkse werk met zich meebrengen. Daarvan getuige zijn brengt ook het risico van secundaire traumatisering mee voor de hulpverlener. Want je staat erbij en kijkt ernaar. Je leeft mee. De onmacht, machteloosheid, wanhoop van de mensen die je helpt kan je zelfs gaan voelen als ware die van jezelf. Het onderscheid blijven houden is key: tussen ‘wat is van mij’, ‘wat is van de ander’, ‘wat hoort bij anderen in de werkomgeving’ zoals bij collega’s of bij diegenen die we proberen te redden, ‘wat bij de cultuur van de organisatie’ en ‘wat bij het maatschappelijk speelveld’, zoals bij de branche of de politiek. Want op het moment dat je die lagen niet meer uit elkaar kan houden, gaan ze door elkaar heenlopen. Het falen op het werk kan dan als persoonlijk falen aanvoelen. En als hulpverlener van de hulpverlener is het ook riskant. Want voordat je het weet heb jij ook last van secundaire traumatisering, omdat jij via de verhalen en het oppikken van de gevoelens meegezogen wordt. Het tegengif? Dat is het onderscheid maken tussen waar welk gevoel vandaan komt. Maar zonder emotionele steun leren we dit als mens niet. En dus komen we alleen te zitten met de pijn, met suïcidale gedachten als ‘vluchtweg’ en schrale troost.
De nood aan erkenning: zicht op het eigen én op andermans aandeel
In mijn ervaring is het in het werken met suïcidaliteit extra belangrijk dat mensen gespiegeld worden in hun ervaringen en reacties daarop. Staat een en ander in verhouding? Waar gaat het om een gevoel en ervaring? En waar gaat het over ‘de realiteit’? Ik erken iemands’ reële slachtofferschap, waarin zij tekort zijn gedaan door hun ouders, collega’s, werkzaamheden en werkgever. Maar tegelijkertijd spiegel ik ook op het eigen daderschap, het eigen aandeel van de persoon. Juist als derde, buitenstaande, neutrale partij, mag ik dit. Het is een beetje alsof ik ondertiteling geef aan wat iemand meemaakt. Daarbij leren we samen over het ‘door volwassen ogen kijken’ naar de situatie. Niet enkel door de bril van gekwetstheid of door de bril van het slachtoffer. Maar ook door de bril van de organisatie. En door de bril van het jezelf altijd maar wegcijferen. Juist op die balans tussen dader en slachtofferschap op verschillende niveaus –innerlijk, interpersoonlijk, qua werkcultuur en beroepsgroep– stuur ik bij suïcidaliteit. Want maak je het niet een beetje te groot door eruit te willen stappen? Moet jij die emotionele rekening wel betalen? Of hoort die ergens anders te liggen? Zoja, bij wie en waar precies? Zo leren we samen over wat nu persoonlijk, in de aard van het werk ligt, wat bij de werkgever en de politiek ligt. Want daarmee kunnen we recht doen aan onszelf én aan anderen. Is er na dit helend uitzoekwerk nog energie over? Dan kunnen we anderen, zoals een organisatie, altijd nog aanspreken om maatregelen te treffen die dit soort uitval voortaan voorkomen. Want dan is onze pijn niet voor niets geweest. Die krijgt dan zin. We krijgen genoegdoening op zielsniveau.
Aanpak van suïcidaliteit
Interventie 1: Breng de pieken en dalen van het (werk)leven in kaart
Suïcidale gedachten kennen vaak een lange aanloop. Soms lopen ze ook al een leven lang met iemand mee. Soms zijn ze uitgesproken. Soms zijn ze eerder impliciet. Soms zijn ze meer gevoelsmatig dan dat iemand ernaar handelt. Hoe het ook zei: er zijn momenten op de dag en in het leven die ‘ik-wil-dood-gedachtes’ meer en minder uitnodigen. Hen activeren. Hen als het ware wakker kussen. Mensen die suïcidale gedachten hebben, zitten vaak op dat moment in een dal. Het is belangrijk dat zij gaan zien dat dit niet oneindig is, ook al voelt en lijkt alles er op dat ene moment wel op te wijzen. Maar het is niet zo. Wat ik dan vaak doe is een levenslijn en/of werklijn met ups en downs maken. Wat waren de pieken en de dalen? En kunnen ze verschillende scenario’s voor de toekomst maken (met best case, worst case en most likely scenario)? Bij pieken kan je dat wat hielp benoemen. En bij dalen dat waar hun pijn zit. En op de scenario’s kun je met elkaar gedurende de therapie terugkomen. Hoe staat het er nu écht mee? Die realiteitstoetsing is belangrijk. Want vaak vliegt iemand –met de nodige drama– uit de bocht. Niet omdat ze dit willen, maar eerder omdat ze nooit gespiegeld zijn op wat nu werkelijk passend en rechtvaardig is. Wil je met deze interventie leren werken? In de Leergang Systemisch Coach Zuidas komt dit aan bod.
Interventie 2: Breng de emotionele verwaarlozing op alle niveaus in kaart
Met behulp van de systemische ijsberg die ik heb ontwikkeld, breng ik de emotionele verwaarlozing van de suïcidale persoon in kaart. Wat raakt diegene het meest? Ligt dat meer op het emotionele vlak? Of ligt het meer in het veld van verlies van relaties, zoals familieleden en collega’s? Of ligt de frustratie en pijn meer op de blinde vlek van de werkcultuur van jouw organisatie? Of maak jij je juist druk om het voortdurende maatschappelijke onrecht? Mogelijk liggen er triggers op verschillende vlakken. Het indelen van de issues brengt overzicht. Ook kan je hiermee als behandelaar van suïcidale gedachten prioriteiten stellen. Want wat gaat voor? Is dat onze eigen heling of die van het systeem? We brengen dus rust in de chaos. We brengen een gevoel van controle en zin terug in de wanhoop. En afhankelijk van waar iemand het meeste klem zit, weten we in en uit te zoomen voor het grotere plaatje. Binnen de Leergang Systemisch Coach Zuidas leer je vervolgens de overlap tussen het familie en het werksysteem constructief bespreekbaar te maken. Zo komt er ruimte om te rouwen om wat er gebeurd is en te bouwen aan een mooiere toekomst.
Interventie 3: Vragen die de ontstaansgeschiedenis van suïcidale gedachten blootleggen
Laat ik een lijstje maken van een reeks van vragen, geïnspireerd op de uitzending. Hiermee breng je de ontstaansgeschiedenis van suïcidale gedachten in kaart. Samen breng je orde in de chaos en de wanhoop. Door samen te puzzelen ontstaat begrip en compassie voor onszelf, maar ook voor anderen om ons heen.
| Zijn er specifieke momenten op je werk/thuis die je in een zwart gat duwen? |
| Wat denk jij wanneer suïcidale gedachten jouw mentale space overnemen? |
| Hoe ken jij ’emotionele verwaarlozing’ binnen jouw familie van herkomst? |
| Door wie ben jij wél gezien? En wat denk je dat die over jou zouden zeggen? |
| Waaruit maak jij op dat de organisatie niet om jou geeft en/of je waardeert? |
| Waarin heb jij jezelf –onbedoeld, onbewust– tekort gedaan en weggecijferd? |
| Zijn er kantelpunten aan te wijzen bij pieken en dalen in jouw werk/levensgeluk? |
| Had jij als kind al of anderen uit jouw familie van herkomst ook suïcidale gedachten? |
| Ben jij de enige met suïcidale gedachten binnen de organisatie of zijn er meer zoals jij? |
| Van wie kan jij hulp verwelkomen? Denk aan familieleden, vrienden en oud-collega’s. |
| Wat maakt denk jij dat mensen niet over de zware emotionele kant van hun werk praten? |
| Wat doen mensen met vergelijkbaar werk met hun emoties? Kunnen zij een rolmodel zijn? |
| Is het ook aan jou om de blinde vlek van de organisatie en collega’s aan de kaak te stellen? |
| Hoe zou erkenning er voor jou uitzien? En wat zou er maatschappelijk moeten veranderen? |
| En stel dat er niets verandert, wat zou jij nodig hebben om weer door met je leven te kunnen? |
Conclusie
Wat niet weet, deert wel. Bewustzijn op de gestapeldheid van emotionele ervaringen, verheldert de oorsprong van suïcidale gedachten. Het problemenweb in haar gelaagdheid en onderdelen aanpakken –in plaats het overspoelende geheel tegelijkertijd– creëert overzicht en controle.
Kortom, het algehele gevoel van malaise hebben we in kleine stukjes op te hakken. Daarmee brengen we de uitzichtloosheid weer tot ‘normale’ proporties. Dit kan enerzijds door de persoon door de tijd heen te laten benoemen wanneer dingen beter/minder goed gingen. Zo raken we weg van het eenzijdige, zware verhaal. En aan de andere kant kunnen we dit doen door de problemen daar te plaatsen waar ze horen. Zo kun je zien aan welke knoppen je kunt draaien. En met welke je eerst aan de slag zou moeten. Het systeem veranderen is een prima idee, maar eerst maar eens het innerlijke systeem op orde brengen, niet? Dit onderzoeksproces ‘wat hoort bij mij of een ander’ vraagt om tijd en aandacht. Maar samen kom je er, is mijn ervaring, meestal wel uit. Want uiteindelijk gaat er onder het symptoom ‘suïcidale gedachten’ altijd een hele geschiedenis schuil. Een logische opeenvolging van ervaringen en stapeling van gevoelens die begrijpelijk kunnen maken dat iemand op dat punt komt. De vraag is echter: met deze koers de afgrond in, doe je daarmee jezelf en anderen écht recht? Ook daar mogen we mensen met suïcidale gedachten op spiegelen. Sterker nog: wanneer we dit nalaten, dan vergroten we de problemen eerder dan dat we ze behapbaar maken. En in dit laatste, in het ervaren van overzicht, controle en keuze zit de hoop op herstel, rechtvaardigheid en genoegdoening verborgen. Zodat we in het reine komen met onze weg langs donkere dalen naar levenszin. In mijn werk bij Hulp bij Suïcidale Gedachten zie ik hoe we van het pad ‘dood-willen’ via ‘niet-meer-dood-willen’ naar ‘weer willen genieten’ bewegen. Die route is jou ook van harte gegund. Natuurlijk, je moet het zelf doen, maar samen met familie en vrienden, al dan niet ondersteund door een systeemtherapeut met expertise in suïcidaliteit, kan je met elkaar wel écht uit dat donkere gat klimmen.
Zoek je hulp?
Bij nood: bel 113 (suïcidepreventie) of 112. Of neem contact op met jouw huisarts.
Heb je last van suïcidale gedachten (en budget om hulp zelf te bekostigen)?
Meld jezelf aan bij Hulp bij Suïcidale Gedachten. Of verwijs een dierbare en/of patiënt door. Ook kan je mij inplannen voor een consult of een intake. Daarmee kan je in aanmerking komen voor het inkopen van één van onze zorgpakketten: wachtlijstoverbrugging, voorkomen van crisis of terugval, begeleiding na een incident of zelfmoordpoging of aanvullende begeleiding bij start of tijdens een (s)GGZ behandeling.
Wil je graag leren hoe je met dader en slachtofferdynamieken werkt als professional?
Doe mee aan de jaartraining Leergang Systemisch Coach Zuidas. Elke 2 jaar start een groep. Of kom meepraten met academici, therapeuten, politici en journalisten op de European Peace Conference on Perpetrator-Victim Dynamics. Daarin zoeken we taal om dader- en slachtofferschap écht te doorgronden.